De Troon is erkend als 'tehuis voor werkenden' en 'tehuis niet werkenden'.
Elke bewoner heeft een eigen 'studio' met toilet en wastafel. Iedere studio heeft zowel een eigen voordeur als een deur die uitgeeft op een centrale gang en de gemeenschappelijke ruimtes. Zo krijgen de bewoners zowel kansen op privacy als een aanbod aan (begeleid) samenleven met medebewoners.
Er is ruim aandacht voor dagbesteding, zowel binnens- als buitenshuis.
Centraal in de begeleiding voor iedere bewoner is het nastreven van een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven. Ieders mogelijkheden bepalen hierbij de graad van zelfstandigheid, zelfontplooiing en maatschappelijke integratie. Een aandachtsbegeleider en een handelingsplan ('plan voor een goed leven') garanderen een geïndividualiseerde begeleiding.
Een christelijke inspiratie en liefdevolle grondhouding gekenmerkt door persoonlijke betrokkenheid, onvoorwaardelijk respect voor de bewoner en zijn gezin, gelijkwaardigheid en acceptatie, vormen het fundament van de zorg.
In 1976 begon zr. Aleydis in Grobbendonk met de opvang van enkele vrouwelijke psychiatrische patiënten en mensen met een lichte mentale handicap. Het tehuis werd genoemd naar de priorij Onze Lieve Vrouw ten Troon, die in de late Middeleeuwen van grote betekenis was voor de streek en waarvan de ruïnes nu nog te zien zijn in de buurt van het 'Engels kamp' te Grobbendonk.
Wat in het begin werkelijk als 'experiment' werd beschouwd, is nu uitgegroeid tot een mooi en goed functionerend tehuis. In 1992 betrokken de bewoners de nieuwbouw te Vorselaar. Op 1 september 1995 werd 'De Troon' overgenomen door de Congregatie van de Broeders van Liefde.