In reactie op de aantijgingen wenst Broeder Constant het volgende mee te delen: “Het is spijtig en pijnlijk dat mijn naam genoemd wordt in dit rapport opgemaakt door experts van de VN. Ik heb spijtig genoeg nooit contact gehad met deze mensen, hoewel ze over al mijn contactgegevens beschikken.
Ook al heb ik het rapport zelf nog niet kunnen lezen, toch wens ik over de inhoud van de aantijgingen te stellen dat ik geen contact heb met FDLR in Congo. Ik weet zelfs niet wie de generaal is waarmee ik volgens het rapport telefonisch contact zou hebben. Ik heb nooit financiële of logistieke steun verleend aan welke beweging dan ook, en iedereen die me kent weet dat ik geen “vues politiques anti-tutsi” heb.
De jaren dat ik in Rwanda leefde en werkte, mijn jarenlange inzet voor de opvoeding van Rwandese, Burundese en Congolese jongeren in vluchtelingenkampen, en ook mijn open getuigenis ter verdediging van één van de beschuldigden voor het internationaal tribunaal van Arusha wordt mij door sommigen niet in dank afgenomen.
De experts hebben zich mogelijk laten misleiden door de geruchten, onwaarheden en halve-waarheden die in deze regio niet ontbreken en moeilijk te begrijpen zijn. Het is jammer dat ten onrechte de goede naam van mensen zo vlug beklad wordt”.
